Jeugdige BMX-talenten: Op weg naar de topsport.. maar eerst naar school!

Jeugdige BMX-talenten: Op weg naar de topsport.. maar eerst naar school!

11 januari 2015 Uit Door Fietscross Nieuws

twan 1_Fotor

Droom jij ervan om in de schoenen te staan van Olympisch brons-winnares en wereldkampioene TimeTrial Laura Smulders, Red Bull-wereldtopper Twan van Gendt of de meest ervaren rijder van de Nationale selectie Raymon van der Biezen?
Wil jij ook graag topsporter worden en iedere dag met je passie bezig zijn? Misschien sta jij wel over een paar jaar op de Olympische Spelen! Maar voor het zover is zul je eerst een aantal andere prestaties moeten leveren, bijvoorbeeld je schooldiploma halen! In dit artikel vertellen Laura Smulders, Twan van Gendt en Raymon van der Biezen hoe zij de schoolperiode in combinatie met de BMX-sport beleefd hebben!

 raymon_Fotor1
Foto: Raymon van der Biezen


Ben jij een BMX-talent?

Laten we beginnen bij het ontdekken van je talent. Gaat het fietsen je goed af, beheers je de basis van de techniek en draai je al mee in de top van jouw leeftijdscategorie? En misschien wel één van de belangrijkste punten van alles: heb je echt plezier in het BMX’en en wil je er helemaal voor gaan? Haal dan het maximale uit jezelf en grijp de kansen die je krijgt!

Ouders

Om topsporter te kunnen worden, heb je wel meer nodig dan jouw talent voor BMX. Heel belangrijk zijn je ouders. Dat zijn de eerste personen die jou supporten in je sport, ongeacht op welk niveau je je sport beoefent. Wanneer je ouders, om wat voor reden dan ook, niet in staat zijn om je 100% te stimuleren, dan zal de weg naar de topsport wat moeilijker gaan verlopen. En zul je nog harder je best moeten doen om het maximale uit je sport te halen. Blijf je ouders wel altijd respecteren, want ze zullen je levenslang advies geven en steunen in de keuzes die je maakt.

Trainer/coach

Naast de steun van je ouders heb je ook de steun van een trainer/coach nodig, die jou traint en aanmoedigt om goed te presteren. De rol van je huidige trainer/coach bepaalt ook of je je verder zult ontwikkelen in de sport. Nu klinkt het misschien makkelijker dan het is, maar jij, je ouders en de trainer/coach moeten goed met elkaar samenwerken. Wanneer je ouders andere ideeën hebben over bijvoorbeeld de trainingen dan je trainer/coach, dan kan dit voor jou heel verwarrend werken. Je wilt je ouders niet teleurstellen, je wilt je trainer/coach niet teleurstellen, maar je wilt toch de topsport bereiken. Wat moet je doen? Het maakt niet uit of je nog twee keer per week bij een vereniging traint of dat je in een talententeam zit: zorg ervoor dat je altijd je gevoel blijft uiten, zowel naar je ouders als naar je trainer/coach. Zij hebben allemaal het beste met je voor!

School

Je bent nu nog op een leeftijd dat je leerplichtig bent. Tot je zestiende jaar zul je school en trainingen goed met elkaar moeten combineren. Topsporter ben je niet je hele leven en daarom is het ook zeker belangrijk dat je na je sportcarrière aan het werk kunt. Tegenwoordig heb je voor bijna alle banen een diploma nodig!

Tussen je tiende en je veertiende jaar maak je de overstap naar de middelbare school (of heb je die stap net gemaakt). Dit is ook de allerbeste periode om de basis te leggen en de techniek te leren die je voor je sportieve ontwikkeling nodig hebt. Je zult dus nog meer moeten trainen om je talent verder te ontwikkelen. Hoe ga je dat doen en welke mogelijkheden heb je?

Je kunt de keuze maken om naar een ‘gewone’  (reguliere) middelbare school te gaan, waar je met het normale schoolprogramma meedraait en bij uitzonderingen vrijstelling kunt krijgen voor bepaalde vakken. Of je kunt in aanmerking komen voor een Topsport Talent School, oftewel een LOOT-school (Landelijk Overleg Onderwijs en Topsport). De LOOT-school heeft de mogelijkheid om de lestijd en je trainings- en wedstrijdschema op elkaar af te stemmen, zodat je je diploma kunt halen én op hoog niveau kunt sporten. De LOOT-school vraagt wel veel zelfdiscipline en zelfstandigheid om jouw carrière zo goed mogelijk te laten verlopen!

Laura Smulders, Twan van Gendt en Raymon van der Biezen aan het woord!

Om je een goed beeld te geven van hoe de schoolperiode eruit kan zien wanneer je de weg naar de topsport bewandelt, vertellen Laura Smulders (21), Twan van Gendt (22) en Raymon van der Biezen (27) over hun schoolperiode en over wat zij meemaakten toen zij op het punt stonden waar jij nu staat!

Hoe lang ben je actief in de topsport?

Laura: “Drie jaar in topsport en daarvoor twee of drie jaar in de talentengroep o.l.v. Henry van der Vegt.”

Twan:Op mijn zestiende kwam ik in het talententeam en een jaar later zat ik bij de NL- selectie.”

Raymon:Ik zit al tien jaar bij de NL-selectie.”

Vanaf welke leeftijd ben je begonnen met het trainen a.d.h.v. een trainingsschema en hoe heb je dat op die leeftijd ervaren?

Laura: “Ik was zestien en het was voor mij heel moeilijk om mezelf aan de schema’s te houden. School nam heel veel tijd in beslag en ik kon dus vrij weinig doen. Maar als ik tijd had dan ging ik graag trainen!”

Twan:Ik ben echt begonnen met trainen a.d.h.v. een schema toen ik ongeveer veertien jaar was. Ik had toen geen wekelijks schema, maar de trainer van toen had wel een gestructureerde jaarplanning gemaakt. Die planning was goed te combineren met mijn school, ondanks het feit dat het soms lange dagen waren.”

Raymon:Vanaf mijn zeventiende ben ik gaan trainen vanuit  een trainingsschema. Omdat ik op dat moment de sportopleiding Cios in Arnhem volgde was het erg zwaar! Eigenlijk was het niet te combineren, want op school sportte ik gemiddeld twee of drie uur per dag. Ik moest drie uur met het openbaar vervoer reizen en daarnaast nog trainen. Dat ging een tijdje goed, maar op een gegeven moment werd het te veel. Toen ben ik minder gaan sporten op school, want mijn voorkeur ging natuurlijk uit naar trainen voor BMX.”

Op welke middelbare school heb je gezeten en was dit een reguliere school of een LOOT school?

Laura: “Ik zat op het Pax Christi College in Druten. Dat is een reguliere middelbare school waar ik uiteindelijk mijn vwo/atheneum-diploma gehaald heb.”

Twan:Dat was het (reguliere) Jeroen Bosch College in den Bosch. Daar heb ik zonder vertraging mijn vmbo-t diploma gehaald.”

Raymon:Ik heb mijn vmbo-kader diploma gehaald aan het Hooghuis Lyceum in Oss, ook dat was een ‘gewone’ middelbare school.”

Je zat op de basisschool en had veel vrije tijd voor trainingen. Toen kwam je op de middelbare school en waren de dagen voller gepland. Hoe heb je deze omschakeling ervaren?

Laura: “Toen die omschakeling kwam, deed ik vooral de clubtrainingen op dinsdag- en donderdagavond. Daarnaast deed ik eigenlijk vrij weinig tot niks. Af en toe gingen we nog in het weekend ergens fietsen maar daar bleef het bij. Dat kwam ook doordat ik zo veel bezig was met school toen ik op de middelbare school zat. Toen ik op de basisschool zat heb ik naast BMX’en ook altijd getennist!”

Twan:Dit was inderdaad wel wat lastiger, doordat de dagen wat langer duurden. Maar toen ik elf jaar was trainde ik nog niet zo veel. Toen beoefende ik de sport, omdat ik het echt leuk vond!“

Raymon:Voor mij was er was opeens minder vrije tijd dan voorheen. In het begin vond ik dat erg lastig, maar zodra de school uit was stapte ik meteen over op mijn crossfiets en ging ik voor ons huis fietsen op een zelfgemaakt crossbaantje. Mijn huiswerk maakte ik ‘s avonds.”

 twan 1_Fotor
Foto: Twan van Gendt


Kreeg je vrijstelling voor bepaalde vakken om rekening te houden met je trainings- en wedstrijdschema? Moest je gemiste lessen inhalen of kreeg je extra huiswerk mee?

Laura: “Later op de middelbare school, vanaf de vierde klas, kreeg ik vrijstelling van de gymlessen. Ik kreeg hier de mogelijkheid om bijvoorbeeld huiswerk te maken of als het aan het eind van de dag was, om eerder naar huis te gaan om te trainen.”

Twan:Hier en daar werd er voor mij wel een uitzondering gemaakt. Zo kreeg ik soms vrijstelling van gym en ik mocht af en toe een paar dagen weg van school omdat ik in het buitenland een wedstrijd had.”

Raymon:Op de middelbare school volgde ik eigenlijk alle lessen en maakte ik deel uit van de sportklas om extra sportlessen voor of na school te volgen. Als ik belangrijke wedstrijden had dan ging ik niet naar de extra sportlessen en soms moest ik een of twee lesdagen missen i.v.m. een wedstrijd in het buitenland. Maar dat was toen hooguit vier of vijf keer per jaar.”

Hoe reageerden je klasgenoten hierop?

Laura: “Ze waren jaloers. Mijn klasgenoten wilden ook wel vrijstelling van de gymlessen, terwijl ik altijd juist jaloers was op hen, want gym was mijn favoriete les van de week!”

Twan:Mijn klasgenoten reageerden wisselend. Sommigen vonden het heel tof wat ik deed en anderen riepen bijvoorbeeld: ‘Ach, zet die fiets toch in een hoek en ga lekker met ons mee stappen’.”

Raymon:De meeste klasgenoten interesseerden het niet zo veel en andere klasgenoten vonden het juist heel gaaf wat ik deed en waren ook nieuwsgierig naar de resultaten.”

Heb je tijdens je schoolperiode ook vrije tijd gehad om met vrienden af te spreken?

Laura: “Jawel, ik nam ook de nodige uurtjes in de week voor sociaal contact met vriendinnen. Dat vond ik wel nodig en daarvoor nam ik ook wel de tijd.”

Twan:Dat ging prima. Soms kon ik het zelfs combineren. Eén van mijn beste vrienden van toen fietste ook! Na school gingen we heel vaak samen fietsen.”

Raymon:Met schoolvrienden sprak ik over het algemeen alleen af om aan een schoolopdracht te werken. Ik was veel liever met mijn BMX bezig dan  met andere dingen. Ik sprak liever iets af met een vriendje thuis om mijn zelfgemaakt crossbaantje groter te maken en lekker te fietsen!”

Heb je extra begeleiding van leraren gehad om je huiswerk goed te plannen of hoe heb je dit anders aangepakt?

Laura: “Ik heb het zelf altijd gepland en als ik op vrijdag vrij moest hebben voor bijvoorbeeld een Europese Ronde, regelde ik dat ook altijd zelf met de afdelingsleiders.”

Twan:Ik was van nature niet zo actief bezig met school, dus er waren wel personen die me scherp moesten houden. Achteraf gezien ben ik hier wel blij om!”

Raymon:Nee, ik wilde zelf altijd goede punten halen op school, dus daarin was ik dan ook gedreven genoeg. En mijn moeder hielp me waar het nodig was!”

Ben je na de middelbare school nog verder gaan studeren?

Laura: “Nadat ik mijn diploma had gehaald op de middelbare school, heb ik een sabbatical year (tussen jaar) gedaan voor de Olympische Spelen. Daarna kwam er ook niks van school, dus heb ik twee jaar lang geen studie gedaan. In het derde jaar na mijn examen ben ik begonnen aan een hbo-opleiding ‘Commerciële Economie’, een voltijd topsport-opleiding. Helaas was deze opleiding niet te combineren met het BMX-programma dat ik daarnaast draaide. Na de eerste periode heb ik de knoop doorgehakt en ben ik ermee gestopt. Sinds twee maanden doe ik nu een cursus ‘Sport Business Fundamentals’ via het Johan Cruyff Instituut en heb ik eindelijk iets gevonden wat ik naast het trainen kan doen!”

Twan:Ik volgde na de middelbare school de opleiding ‘Industriële Vormgeving’ in Utrecht. Mijn studie heb ik een tijdje gecombineerd met mijn sport, maar aan het begin van het derde jaar kreeg ik min of meer een keuze voorgelegd van de coach. Die dacht dat ik de Olympische Spelen zou kunnen halen, als ik school tijdelijk aan de kant zou zetten. Dat advies pakte goed uit, want in in 2012 stond ik daadwerkelijk op de Olympische Spelen!”

Raymon:Na mijn vmbo-kader diploma ben ik naar de sportopleiding Cios gegaan. Daar heb ik op niveau drie mijn diploma gehaald. Tijdens de opleiding kwam er onduidelijkheid over het hoofdkeuzevak dat ik had gekozen: gymdocent voor op basisschool. Daarmee zou ik mijn onderwijsbevoegdheid, maar dit bleek helaas niet te kloppen. Om mijn bevoegdheid te halen zou ik na het Cios nog de hbo-sportopleiding ALO moeten gaan volgen.  Dit was niet mijn planning, want ik wilde na het Cios fulltime gaan BMX’en. Toen ik klaar was met mijn derde jaar op het Cios heb ik de keuze gemaakt om mijn hoofdkeuzevak te laten vallen en alleen mijn kleinkeuzevakken (Zwemleider A, Fitnessleider A en Sportmassage) af te maken.”

Zou je na je sportcarrière nog verder willen studeren?

Laura: “Op dit moment weet ik nog niet goed hoelang ik door ga met sporten en wat ik daarna precies wil gaan doen. Dus dat gaat er heel erg vanaf hangen of ik nog lang zal doorgaan. Misschien ga ik na mijn BMX- carrière wel binnen de sport werken. Dat is nog ver weg in ieder geval dus ik maak me er nog niet heel erg druk om. Naast het sporten blijf ik wel kleine studies of cursussen volgen, zodat ik mijn cv toch kan aanvullen in de tijd dat ik nog bezig ben met mijn BMX-carrière.”

Twan:Ik zou nog wel verder willen studeren. Op dit moment ben ik ook bezig met een trainingscursus vanuit de KNWU.”

Raymon:Ik geloof niet dat ik nog echt ga studeren, maar ik wil nog wel wat cursussen gaan volgen. Voorlopig zit ik nog graag op mijn fiets, dus ik weet het nog niet precies.”

Hoe heb je je schoolperiode in combinatie met het trainings- en wedstrijdschema in het algemeen ervaren?

Laura: “Tijdens mijn laatste jaren van het VWO vond ik het erg moeilijk om het sporten te combineren met mijn liefde voor het fietsen. Mijn drijfveer was altijd dat ik na het halen van mijn diploma een sabatical year (tussen jaar) mocht doen voor de Olympische Spelen van 2012. Ik zou in de zomer van 2011 mijn examen doen en mijn grote doel was hem dan ook meteen in een keer te halen. Zeker de laatste twee jaar (van de zes) op school had ik het er erg moeilijk mee. Ik moest erg veel uren steken in het leren van toetsen en het maken van huiswerk. Daardoor moest ik vaak trainingen laten schieten. Maar de baantrainingen op dinsdag en donderdag moest en zou ik elke week meedoen. Dan liet ik het leren voor twee uurtjes liggen en ging ik daarna pas weer verder. Daardoor had ik wel altijd meer stress omdat ik er naar mijn idee niet genoeg tijd in had gestoken. Ik haalde ook altijd maar een cijfer rond de zes, wat uiteindelijk toch voldoende is!”

 laura 3_Fotor
Foto: Laura Smulders


Twan: “Over het algemeen heb ik dit goed ervaren. Er waren altijd wel mindere momenten als je een proefwerkweek en tegelijkertijd een belangrijke wedstrijd had. Dan werd het soms heel lastig voor mij aangezien plannen niet mijn sterkste kant was. Maar er waren ook mooie momenten: zo werd ik in het zonnetje gezet wanneer ik goed gepresteerd had. Dan weet je uiteindelijk ook waarvoor je het allemaal doet.”

Raymon:Ik had zoveel energie en vond sporten in het algemeen zo leuk, dat ik bijna niet moe te krijgen was. Helaas had ik in mijn puberteit wel een groeiachterstand, waardoor minder ging presteren op BMX-wedstrijden en daardoor alleen maar meer ging fietsen. Ik raakte overtraind en heb toen een tijdje rustig aan moeten doen*. Maar over het algemeen heb ik mijn schooltijd prima ervaren. Ik had niet onwijs veel huiswerk waardoor er genoeg tijd was om thuis te fietsen of te gaan trainen. De meeste energie voor school stak ik in het reizen op en neer naar Arnhem toen ik op het Cios zat. Aangezien ik heel perfectio-nistisch ben ik bij alles wat ik doe, was mijn gedrevenheid meestal genoeg om dingen af te maken, of dat nu voor school was of voor een training. Als ik ergens aan begin dan wil ik dat goed afmaken!”

( * Lees hier meer over onder het kopje Extra )

Heeft je trainer/coach nog een belangrijke rol gespeeld bij het goed doorlopen van je schoolperiode?

Laura: “Nee, deze mensen hebben niet zo zeer iets met school te maken gehad of mij daarmee geholpen. Ze adviseerden mij wel altijd om school af te maken en mijn diploma te halen, want school is natuurlijk heel erg belangrijk!”

Twan:Mijn coach heeft er mede voor gezorgd, door de omstandigheden, dat ik vroegtijdig ben gestopt met mijn vervolgopleiding. Dat was op dat moment ook een wijs besluit, want studeren is erg lastig wanneer je als team traint en veel onderweg bent (150 tot 200 dagen per jaar). De NOC*NSF investeert veel in topsporter en daarom moet je soms kiezen wat je op dat moment belangrijker vindt. Na het advies van mijn coach heb ik destijds voor mijn sport gekozen.”

Raymon: Alleen de laatste twee jaren van het Cios kwam mijn coach pas in beeld, toen ik steeds meer ging trainen met de NL-selectie. De coach is toen met mijn docent komen praten om de planning richting de Olympische Spelen in Beijing door te nemen. De docent had hier alle begrip voor.”

Welke rol hadden je ouders in de periode dat je op school zat?

Laura: “Ze steunden me volledig. Als het kon hielp mijn moeder me ook met samenvattingen maken voor toetsen en het leren ervan. En mijn ouders moedigden me aan met de belofte dat ik na mijn diploma een jaar mocht gaan trainen om zo de Olympische Spelen misschien te kunnen halen.”

Twan:Ik ben vanaf kinds af aan behoorlijk los gelaten in mijn doen en laten, maar mijn ouders hebben me zeker ondersteund waar ze konden in de tijd dat ik op school zat. Van helpen met huiswerk tot mij elke dag naar de training brengen. Ze deden alles voor me!”

Raymon:Ik was een vrij makkelijk kind. Mijn ouders hoefden mij niet te pushen om naar school te gaan of om te gaan trainen. Dat wilde ik zelf gewoon heel graag! Ze moesten juist eerder aan de rem trekken, wanneer ik op de baan trainde of thuis bezig was met fietsen en bultjes scheppen. Mijn moeder hielp me soms met mijn huiswerk, maar voor de rest ging het vanzelf.”

Hoe zijn je ouders ermee omgegaan toen bleek dat je een echt BMX-talent was (en nog steeds bent!)?

Laura: “Mijn ouders hebben me nooit gepusht. Het moest altijd vanuit mijzelf komen als ik wilde trainen. Maar daar lag het niet aan; ik stond altijd klaar op de dagen dat ze me ergens heen moesten rijden. En dat deden ze dan ook met alle plezier.”

Twan: “Mijn ouders zijn vrij nuchter en ze hebben me altijd mijn ding laten doen.”

Raymon:Tja, zonder mijn ouders was ik nooit zo ver gekomen! Zij hebben stad en land rondgereden met de auto en caravan, zodat ik nationale- en internationale wedstrijden kon fietsen. Zij vonden het BMX-wereldje ook erg leuk en deden het graag voor mijn broertje en mij. Mijn ouders waren er altijd!”

Stonden zij volledig achter de keuze dat je topsporter wilde worden?

Laura: “Ja, volledig!”

Twan:Ja. Alleen mijn moeder vond het maar niks dat ik mijn opleiding niet heb afgemaakt en dat vindt ze nog steeds!”

Raymon:Ja, zonder twijfel!”

Het schijnt dat je, wanneer je als jong sporttalent de weg naar de topsport bewandelt, sneller volwassen wordt dan je leeftijdsgenoten. Hoe heb je dit ervaren?

Laura: “Op bepaalde vlakken wel, maar op andere vlakken niet. Ik heb vroeger op de basisschool een klas overgeslagen, dus ik was altijd een jaar jonger dan mijn klasgenoten op de middelbare school. Ik voelde me zeker niet jonger en heb nu nog steeds die zelfde vriendinnen van de middelbare school. Misschien komt datdoordat ik door het reizen over de hele wereld veel meemaak. Maar mijn vriendinnen zijn weer veel meer ontwikkeld op het gebied van het studentenleven en dat is ook weer een totaal andere soort ontwikkeling die je dan meemaakt. Ook door het meemaken van de Olympische Spelen, op achttien jarige leeftijd, heb ik wel een hele verandering van mezelf meegemaakt. Ik was toen eigenlijk genoodzaakt mezelf snel te ontwikkelen en daar heb ik ook veel van geleerd!”

Twan:Ik hoor regelmatig van mijn omgeving dat ik erg volwassen ben voor mijn leeftijd. Verder heb ik ook wel andere interesses dan mijn leeftijdsgenoten. Ik hoef niet ieder weekend flink te gaan stappen. Geef mij maar een BMX of MTB en ik heb het veel beter naar mijn zin!”

Raymon:Je leert sneller op je eigen benen te staan. Je moet al snel leren plannen (al is dat nu niet mijn sterkste kant haha).. Ik was op een gegeven moment steeds vaker van huis en dan moet je voor jezelf leren zorgen. Vooral mijn moeder vond het wel lastig toen ik de eerste keren alleen met de NL-selectie op pad ging. Uit moederliefde was ze bang dat ik iets te kort zo komen, maar al snel bleek dat ik me prima wist te redden zonder mijn ouders. Als ik thuis was, had ik ze natuurlijk wel nodig voor alledaagse dingen..”

Wat is de gouden tip die je wilt meegeven aan de jeugdige BMX-talenten als het gaat om de weg naar de topsport in combinatie met school?

Laura: “Zorg er eerst voor dat je je schooldiploma haalt! Daarna kun je verder kijken naar je sportcarrière! Hoe ouder je wordt, hoe moeilijker het wordt om te leren en te studeren. Hou vooral plezier in je sport, daar draait het uiteindelijk om! Je beoefent BMX, omdat je het spelletje gewoon heel erg leuk vindt en dat moet zo blijven! Laat je niet pushen, maar op goede manier motiveren.”

Twan:Als je de sport echt leuk vindt, dan moet je er voor gaan! Doe je best en probeer alles zo goed mogelijk te combineren, want ‘Waar een wil is, is een weg’!”

Raymon:Als je een droom hebt, ga er voor! Maar overleg wel duidelijk over met je ouders, school en trainer/coach hoe je dat het beste kunt aanpakken. Het komt niet aanwaaien, dus je zult veel tijd en energie moeten investeren en doorzetten wanneer het tegenzit. Maak eerst je school af voordat je fulltime gaat sporten, want na je sportcarrière gaat het leven gewoon verder en dan komt een diploma heel erg van pas!”

Kortom..

..de weg naar de topsport is niet gemakkelijk! Je moet voor jezelf goed nadenken over wat jij het belangrijkste vindt en de juiste keuzes maken. Houd de ‘gouden tips’ van Laura, Twan en Raymon goed in je achterhoofd en maak je dromen waar!

Extra

Raymon: “Als sporttalent heb ik naast mijn groeiprobleem, waardoor ik overtraind raakte en minder goed presteerde, weinig zware momenten gekend. Ik had zo ontzettend veel plezier in het BMX’en en ik kreeg alle steun van mijn ouders, waardoor het misschien allemaal iets meer ‘vanzelf’ is gegaan. Pas later toen ik bij de Elite mannen ging fietsen en echt in de topsportwereld meedraaide werd het zwaar… Hard trainen, presteren, blessures, herstellen, hard trainen, presteren, blessures en weer herstellen.. Je wordt ouder en je gaat steeds beter beseffen dat je een zeer risicovolle sport beoefent. Je herstelt ook minder snel dan wanneer je echt nog jong bent… Dat vind ik de laatste jaren eigenlijk het mentaal het zwaarste, want die drive om hard te trainen en willen presteren zit er nog steeds!”

Door: Simone Rengeling

Reageer